Belastingrecht
Verzoek om veroordeling proceskosten na intrekking.
Hoge Raad, 19 februari 2016
ECLI:NL:HR:2016:274 · Hoge Raad · 19 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2016-274
Zaakgegevens
Op 19 februari 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 februari 2016
- Datum publicatie
- 18 februari 2016
- Zaaknummer
- 15/00791
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:274
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om veroordeling proceskosten na intrekking.
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 17 januari 2014
ECLI:NL:RBZWB:2014:147Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 januari 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:10(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Hoge Raad · 19 februari 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:274
Uitspraak
19 februari 2016
Nr. 15/00791
Arrest
gewezen op na te melden verzoek van V.o.f. [X] te [Z] (hierna: belanghebbende).
1 Verzoek
Na de intrekking door de Staatssecretaris van Financiën van het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 9 januari 2015, nrs. 14/00305 en 14/00313, betreffende de aan belanghebbende over het tijdvak 1 januari 2006 tot en met 31 december 2007 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente heeft belanghebbende de Hoge Raad verzocht de Staatssecretaris van Financiën te veroordelen in de kosten in verband met de behandeling van het beroep in cassatie.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend, waarin hij concludeert tot toewijzing van het verzoek.
2 Beoordeling van het verzoek
De Hoge Raad acht, gelet op de inhoud van het procesdossier en de gegevens die door partijen op dit punt zijn verstrekt, termen aanwezig om ten aanzien van de proceskosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep in cassatie redelijkerwijs heeft moeten maken, te beslissen als hierna zal worden vermeld. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 15/00783 en 15/00787 met de onderhavige zaak samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
3 Beslissing
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op een derde van € 992, derhalve € 330,67, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2016.