Belastingrecht

Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

Zaakgegevens

Op 8 april 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 april 2016
Datum publicatie
7 april 2016
Zaaknummer
15/04207
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:590
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

art. 80a RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:GHSHE:2015:2916
  2. Hoge Raad · 8 april 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:590

Uitspraak

Inhoudsopgave

8 april 2016

Nr. 15/04207

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 juli 2015, nr. 14/00483, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2016.