Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Hoge Raad, 7 juli 2017

Zaakgegevens

Op 7 juli 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juli 2017
Datum publicatie
6 juli 2017
Zaaknummer
16/06044
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:1242
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:RBGEL:2015:7476
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 november 2016

    ECLI:NL:GHARL:2016:8742

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 7 juli 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:1242

Uitspraak

7 juli 2017

Nr. 16/06044

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] C.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 november 2016, nr. 16/00063, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2017.