Belastingrecht

Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

Hoge Raad, 11 augustus 2017

Zaakgegevens

Op 11 augustus 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 augustus 2017
Datum publicatie
10 augustus 2017
Zaaknummer
17/00957
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:1614
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2016

    ECLI:NL:RBDHA:2016:5368
  2. Gerechtshof Den Haag · 10 januari 2017

    ECLI:NL:GHDHA:2017:1061

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 11 augustus 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:1614

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

11 augustus 2017

nr. 17/00957

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 10 januari 2017, nr. BK-16/00305, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2017.