Belastingrecht

Douanerechten; art. 32, lid 1, aanhef en letter e, onder i en ii, CDW. Tot de kosten van vervoer behoort ook…

Zaakgegevens

Op 15 september 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 september 2017
Datum publicatie
14 september 2017
Zaaknummer
14/02781
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2332
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Douanerechten; art. 32, lid 1, aanhef en letter e, onder i en ii, CDW. Tot de kosten van vervoer behoort ook de in rekening gebrachte toeslag die overeenkomt met de winst en de kosten in verband met de organisatie van het vervoer. Eindarrest na HvJ 11 mei 2017, The Shirtmakers BV, C-59/16, ECLI:EU:C:2017:362, BNB 2017/147.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 17 april 2014

    ECLI:NL:GHAMS:2014:1370
  2. Conclusie A-G · 17 februari 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:121
  3. Hoge Raad · 15 september 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:2332

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

15 september 2017

nr. 14/02781

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X3] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 17 april 2014, nr. 12/00661, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 11/1877) betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

Op 17 februari 2015 heeft Advocaat-Generaal M.E. van Hilten geconcludeerd tot het ongegrond verklaren van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2015:121).

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

De Staatssecretaris heeft schriftelijk gereageerd op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 11 mei 2017, The Shirtmakers B.V., C-59/16, ECLI:EU:C:2017:362, BNB 2017/147.

2 Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 14/02778bis uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, L.F. van Kalmthout en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2017.