Belastingrecht

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Hoge Raad, 6 oktober 2017

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 oktober 2017
Datum publicatie
5 oktober 2017
Zaaknummer
17/02542
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2551
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Procesgang

  1. Centrale Raad van Beroep · 21 april 2017

    ECLI:NL:CRVB:2017:1630
  2. Hoge Raad · 6 oktober 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:2551

Uitspraak

6 oktober 2017

nr. 17/02542

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 april 2017, nr. 14/5936 AOW, betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft niet gekozen voor een domicilieadres in Nederland.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 29 juni 2017 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 2 augustus 2017, welke brief eveneens per gewone post is verzonden aan het door belanghebbende opgegeven adres in het buitenland, in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de dagtekening van deze brief mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Die termijn eindigde op 30 augustus 2017. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid niet tijdig gebruik gemaakt. De op 5 september 2017 bij de Hoge Raad ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten.

Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2017.

Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 124 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.