Belastingrecht
Art. 14, lid 1, letter a, Wva. Afdrachtvermindering onderwijs. Verwijzing naar HR 22 september 2017, nr. 16/03857.
ECLI:NL:HR:2017:2597 · Hoge Raad · 13 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2017-2597
Zaakgegevens
Op 13 oktober 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2017
- Datum publicatie
- 12 oktober 2017
- Zaaknummer
- 16/05823
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2597
Samenvatting
Art. 14, lid 1, letter a, Wva. Afdrachtvermindering onderwijs. Verwijzing naar HR 22 september 2017, nr. 16/03857.
Uitspraak
Inhoudsopgave
13 oktober 2017
nr. 16/05823
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 26 oktober 2016, nrs. BK-16/00041 en BK-16/00042, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 15/2775 en SGR 15/2776) betreffende de aan belanghebbende over de tijdvakken 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 en 1 januari 2012 tot en met 30 november 2012 opgelegde naheffingsaanslagen loonheffingen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door A.J.C. Perdaems, advocaat te Breda en R.W.J. Kerckhoffs, advocaat te Amsterdam.
2 Beoordeling van het middel
Het middel, dat zich richt tegen het oordeel van het Hof dat de Inspecteur bevoegd is om te beoordelen of de door de werknemers van belanghebbende gevolgde opleidingen voldoen aan de vereisten van de Wet educatie en beroepsonderwijs, slaagt op de gronden die zijn vermeld in het arrest van de Hoge Raad van 22 september 2017, nr. 16/03857, ECLI:NL:HR:2017:2436.
Gelet op hetgeen hiervoor in 2.1 is overwogen, kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.
3 Proceskosten
De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissingen omtrent de boeten, de proceskosten en het griffierecht,
verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,
gelast dat de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 503, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1980 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.