Belastingrecht

Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

Zaakgegevens

Op 13 oktober 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 oktober 2017
Datum publicatie
12 oktober 2017
Zaaknummer
17/03234
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2604
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 80a RO.

Uitspraak

Inhoudsopgave

13 oktober 2017

nr. 17/03234

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 8 juni 2017, nrs. AWB 16/3579 en AWB 16/3580, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 9 augustus 2016.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.