Belastingrecht

Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

Hoge Raad, 13 oktober 2017

Zaakgegevens

Op 13 oktober 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 oktober 2017
Datum publicatie
12 oktober 2017
Zaaknummer
17/01802
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2610
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: art. 80a RO.

Uitspraak

13 oktober 2017

nr. 17/01802

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 februari 2017, nr. BRE 15/8276, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 21 oktober 2016.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de voorgestelde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.