Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Hoge Raad, 10 november 2017

Zaakgegevens

Op 10 november 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 november 2017
Datum publicatie
9 november 2017
Zaaknummer
17/03823
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2831
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Uitspraak

10 november 2017

Nr. 17/03823

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 juli 2017, nr. 16/00870, betreffende de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2015 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z] .

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.

Bij aangetekende brief van 23 augustus 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na de dagtekening van deze brief te herstellen. Die termijn eindigde op 4 oktober 2017.

Nu herstel van het verzuim niet tijdig heeft plaatsgevonden – de op 18 oktober 2017 bij de Hoge Raad ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten –, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2017.