Belastingrecht

Bouwleges zaagtandtarief. Verwijzing naar ECLI:NL:HR:2017:1174.

Hoge Raad, 8 december 2017

Zaakgegevens

Op 8 december 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 december 2017
Datum publicatie
6 december 2017
Zaaknummer
17/02931
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:3077
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bouwleges zaagtandtarief. Verwijzing naar ECLI:NL:HR:2017:1174.

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 13 december 2016

    ECLI:NL:RBROT:2016:9570
  2. Gerechtshof Den Haag · 31 mei 2017

    ECLI:NL:GHDHA:2017:1642

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 8 december 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:3077

    (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen

Uitspraak

8 december 2017

nr. 17/02931

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam te Rotterdam (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 31 mei 2017, nr. BK-17/00013, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (nr. ROT 16/2692) betreffende de van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) geheven leges. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het College heeft voorts – binnen de cassatietermijn – een geschrift ingediend, dat de Hoge Raad aanmerkt als een aanvulling op het beroepschrift in cassatie.

2 Beoordeling van de klacht

2.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

De onderhavige leges zijn geheven op basis van de tarieventabel (hierna: de tabel) die behoort bij de Verordening leges omgevingsvergunning 2015. In de tabel zijn vaste legesbedragen vastgesteld voor een bepaalde bandbreedte aan bouwkosten (tariefklasse), waarbij de legesbedragen hoger worden indien een hogere tariefklasse van toepassing is.

2.2.1.

De klacht bestrijdt het oordeel van het Hof dat sprake is van een onredelijke en willekeurige belastingheffing die de wetgever niet op het oog kan hebben gehad.

2.2.2.

De klacht slaagt (zie HR 30 juni 2017, nr. 16/05127, ECLI:NL:HR:2017:1174). ’s Hofs uitspraak kan niet in stand blijven.

2.2.3.

Belanghebbende heeft voor de Rechtbank subsidiair het standpunt ingenomen dat de heffingsambtenaar het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel heeft geschonden. Dit geschilpunt is door de Rechtbank niet behandeld. Verwijzing moet volgen voor de behandeling van dit geschilpunt.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof,

verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter behandeling en beslissing van het door de Rechtbank onbehandeld gelaten geschilpunt.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2017.