Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Zaakgegevens

Op 7 april 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 april 2017
Datum publicatie
6 april 2017
Zaaknummer
16/06137
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:628
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Procesgang

  1. Centrale Raad van Beroep · 18 november 2016

    ECLI:NL:CRVB:2016:4406
  2. Hoge Raad · 7 april 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:628

Uitspraak

Inhoudsopgave

7 april 2017

Nr. 16/06137

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 november 2016, nr. 15/5682 WAZ, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. 15/996) betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2 Beoordeling van de klachten

Ingevolge artikel 98, lid 1, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, derde tot en met het zevende lid, 3 tot en met 6 van die wet en de op die artikelen berustende bepalingen.

Het onderhavige cassatieberoep behelst niet een klacht ter zake van schending of verkeerde toepassing van voormelde bepalingen. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2017.