Belastingrecht

Artikel 5.3, lid 2, letter f, Wet IB 2001. Inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Negatieve waarde renteswap.

Hoge Raad, 2 februari 2018

Zaakgegevens

Op 2 februari 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 februari 2018
Datum publicatie
1 februari 2018
Zaaknummer
17/00122
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:124
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Artikel 5.3, lid 2, letter f, Wet IB 2001. Inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Negatieve waarde renteswap.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 29 november 2016

    ECLI:NL:GHAMS:2016:5325
  2. Gerechtshof Amsterdam · 29 november 2016

    ECLI:NL:GHAMS:2016:5735
  3. Conclusie A-G · 11 oktober 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1134
  4. Hoge Raad · 2 februari 2018

    ECLI:NL:HR:2018:123

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

  5. Hoge Raad · 2 februari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:124

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

2 februari 2018

nr. 17/00122

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 november 2016, nrs. 16/00015 en 16/00020, op het hoger beroep van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 14/842) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2009 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.

De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 11 oktober 2017 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep (ECLI:NL:PHR:2017:1134).

De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel faalt op grond van hetgeen is overwogen in de onderdelen 2.3.2 en 2.3.3 in het heden in de zaak met nummer 17/00057 tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest.

3 Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie ongegrond,

veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 3006 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de president M.W.C. Feteris als voorzitter, de vice-president G. de Groot en de raadsheren M.A. Fierstra, J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2018.

Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 501.