Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Zaakgegevens

Op 6 april 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 april 2018
Datum publicatie
5 april 2018
Zaaknummer
18/00236
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:525
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 20 september 2016

    ECLI:NL:RBDHA:2016:11568
  2. Gerechtshof Den Haag · 6 december 2017

    ECLI:NL:GHDHA:2017:3494

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 6 april 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:525

Uitspraak

Inhoudsopgave

6 april 2018

Nr. 18/00236

Arrest

gewezen op het door [A] te [Q] ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 6 december 2017, nrs. BK-16/00483 en BK-16/00484, betreffende aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven boetebeschikkingen.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X1] en [X2] te [Z].

Bij aangetekende brief van 24 januari 2018, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift opgegeven postbusadres, heeft de griffier van de Hoge Raad de indiener van het beroepschrift verzocht binnen zes weken na de dagtekening van deze brief een bewijsstuk van de aan hem verstrekte volmacht tot het indienen van het beroepschrift in cassatie over te leggen, dan wel een verklaring van degenen namens wie hij beroep in cassatie heeft ingesteld, dat deze daarmee instemmen. De indiener van het beroepschrift is evenwel in gebreke gebleven aan dat verzoek te voldoen. Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat het beroep in cassatie onbevoegdelijk is ingesteld, en zal de Hoge Raad om die reden het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2018.