Belastingrecht

Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

Zaakgegevens

Op 25 mei 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 mei 2018
Datum publicatie
24 mei 2018
Zaaknummer
18/00630
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:771
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 80a RO.

Uitspraak

Inhoudsopgave

25 mei 2018

nr. 18/00630

Arrest

gewezen op het verzoek van [X] te [Z], Tsjechië, (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 26 januari 2018, nr. 17/04213, ECLI:NL:HR:2018:101.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2018.