Belastingrecht

Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

Zaakgegevens

Op 1 juni 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 juni 2018
Datum publicatie
31 mei 2018
Zaaknummer
17/04027
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:801
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Herstelarrest.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:RBGEL:2015:4893
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 juli 2017

    ECLI:NL:GHARL:2017:5864

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 13 april 2018

    ECLI:NL:HR:2018:568
  4. Hoge Raad · 1 juni 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:801

Uitspraak

Inhoudsopgave

1 juni 2018

nr. 17/04027

Herstelarrest

gewezen ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 13 april 2018, nr. 17/04027, ECLI:NL:HR:2018:568, gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 juli 2017, nr. 15/01235.

1 Het arrest in het geding

1.1.

De Hoge Raad heeft in deze zaak op 13 april 2018 arrest gewezen.

Nadien heeft [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) verzocht om herstel van een kennelijke vergissing in het arrest.

De Staatssecretaris van Financiën heeft zich schriftelijk over het verzoek uitgelaten.

1.2.

Belanghebbende heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij zich heeft verweerd tegen het beroep in cassatie, dat daarbij beroepsmatige rechtsbijstand is verleend en dat het beroep in cassatie ongegrond is verklaard. In onderdeel 3 van het arrest heeft de Hoge Raad overwogen dat geen termen aanwezig zijn voor een veroordeling in de proceskosten.

1.3.

Deze beslissing is onjuist op de gronden die belanghebbende aan zijn verzoek ten grondslag heeft gelegd.

1.4.

Herstel van deze kennelijke vergissing brengt mee dat onderdeel 3 van het arrest komt te luiden:

“De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 17/04037 met de onderhavige zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.” Het dictum wordt als volgt aangevuld:

“en, veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op de helft van € 2004, derhalve € 1002, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.”

2 Beslissing

De Hoge Raad:

verbetert het arrest van 13 april 2018, nr. 17/04027, op de hierboven in onderdeel 1.4 vermelde wijze, en

stelt de verbeteringen op de minuut van dat arrest.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2018.