Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 18/02955.

Zaakgegevens

Op 12 juli 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juli 2019
Datum publicatie
11 juli 2019
Zaaknummer
18/02953
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1182
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 18/02955.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 1 juni 2018

    ECLI:NL:GHDHA:2018:2044
  2. Conclusie A-G · 22 maart 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:276
  3. Hoge Raad · 12 juli 2019

    ECLI:NL:HR:2019:1084
  4. Hoge Raad · 12 juli 2019

    ECLI:NL:HR:2019:1180
  5. Hoge Raad · 12 juli 2019

    ECLI:NL:HR:2019:1181
  6. Hoge Raad · 12 juli 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1182

  7. Hoge Raad · 12 juli 2019

    ECLI:NL:HR:2019:1183
  8. Hoge Raad · 12 juli 2019

    ECLI:NL:HR:2019:1184

Uitspraak

Inhoudsopgave

12 juli 2019

Nr. 18/02953

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 1 juni 2018, nrs. BK-18/00261 tot en met BK-18/00284, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 17/4466 tot en met SGR 17/4470, SGR 17/4472, SGR 17/4474, SGR 17/4477, SGR 17/4479, SGR 17/4484, SGR 17/4486, SGR 17/4489, SGR 17/4491, SGR 17/4500, SGR 17/4502, SGR 17/4503, SGR 17/4506 tot en met SGR 17/4509, SGR 17/4511 tot en met SGR 17/4513 en SGR 17/4515) betreffende de door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan belasting van personenauto's en motorrijwielen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 22 maart 2019 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2019:276).

Zowel de Staatssecretaris als belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 18/02955, tussen dezelfde partijen.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2019.