Belastingrecht

Proceskosten; art. 29f AWR; verzoek om veroordeling in de proceskosten na intrekking cassatieberoep; art. 29f…

Hoge Raad, 18 januari 2019

Zaakgegevens

Op 18 januari 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 januari 2019
Datum publicatie
17 januari 2019
Zaaknummer
17/03991
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:65
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Proceskosten; art. 29f AWR; verzoek om veroordeling in de proceskosten na intrekking cassatieberoep; art. 29f AWR ziet slechts op kosten gemaakt voor het geding in cassatie.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2016

    ECLI:NL:RBZWB:2016:4540
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 juli 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:3075

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 18 januari 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:65

Uitspraak

18 januari 2019

Nr. 17/03991

Arrest

gewezen op het hierna vermelde verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende).

1 Verzoek

De Staatssecretaris van Financiën heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 6 juli 2017, nr. 16/03713 betreffende een beschikking op een verzoek van belanghebbende om teruggaaf van omzetbelasting over de periode 20 juni 2013 tot en met 31 december 2013. Hij heeft dat beroep ingetrokken. Belanghebbende heeft de Hoge Raad verzocht de Staatssecretaris te veroordelen in de kosten in verband met de behandeling van het beroep in cassatie en de behandeling van het bezwaar, van het beroep bij de Rechtbank en van het hoger beroep bij het Hof.

De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van het verzoek

De Hoge Raad ziet, gelet op de inhoud van het procesdossier en de gegevens die door partijen op dit punt zijn verstrekt, aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep in cassatie redelijkerwijs heeft moeten maken.

Voor het overige komt het verzoek niet voor inwilliging in aanmerking. Artikel 29f AWR, waarop het verzoek is gebaseerd, strekt zich niet uit tot de kosten van de behandeling van het bezwaar, van het beroep bij de Rechtbank en van het hoger beroep bij het Hof, waarvoor het Hof al vergoedingen heeft toegekend.

3 Beslissing

De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.024 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2019.