Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Zaakgegevens

Op 24 mei 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 mei 2019
Datum publicatie
23 mei 2019
Zaaknummer
19/00139
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:822
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 22 januari 2018

    ECLI:NL:RBGEL:2018:214
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 27 november 2018

    ECLI:NL:GHARL:2018:10261

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 24 mei 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:822

Uitspraak

Inhoudsopgave

24 mei 2019

Nr. 19/00139

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 november 2018, nr. 18/00122, betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente voor het jaar 2017 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1] en [1a] te [Z] .

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het beroep in cassatie heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep in cassatie of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2019.