Belastingrecht
Procesrecht. Artikel 8:75 Awb. Proceskosten. Verletkosten.
ECLI:NL:HR:2020:1005 · Hoge Raad · 5 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2020-1005
Zaakgegevens
Op 5 juni 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 juni 2020
- Datum publicatie
- 31 mei 2020
- Zaaknummer
- 19/03451
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1005
Samenvatting
Procesrecht. Artikel 8:75 Awb. Proceskosten. Verletkosten.
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:9807Gerechtshof Den Haag · 25 juni 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:1837(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Hoge Raad · 5 juni 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1005
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 19/03451
Datum 5 juni 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 25 juni 2019, nr. BK-18/00916, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 18/1719) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2 Beoordeling van de klachten
Het beroep van belanghebbende ter zake van de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen is door de Rechtbank ongegrond verklaard. Het Hof heeft, voor zover hier van belang, het hoger beroep en het beroep gegrond verklaard en de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de zijde van belanghebbende.
Belanghebbende komt tegen het oordeel van het Hof op met onder meer de klacht dat het Hof geen uitspraak heeft gedaan op haar bij de Rechtbank gedane verzoek om haar een vergoeding van haar verletkosten toe te kennen in verband met het bijwonen van het onderzoek ter zitting van de Rechtbank.
Deze klacht slaagt. Onder de gedingstukken van het Hof bevindt zich een formulier proceskosten. Dit formulier laat geen andere conclusie toe dan dat belanghebbende bij de Rechtbank heeft verzocht om vergoeding van haar verletkosten vanwege het bijwonen van het onderzoek ter zitting van de Rechtbank. In het oordeel van het Hof over de toekenning van proceskosten is dit miskend.
De overige klachten kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
De Staatssecretaris heeft aangevoerd dat hij de juistheid niet kan vaststellen van de stelling van belanghebbende dat zij bij de Rechtbank door middel van een formulier een verzoek met betrekking tot de door haar in cassatie vermelde verletkosten heeft gedaan. Mocht in cassatie de juistheid van die stelling komen vast te staan, dan had het Hof zich (ook) moeten uitlaten over een vergoeding van verletkosten in verband met het bijwonen van de zitting van de Rechtbank en slaagt in zoverre de klacht van belanghebbende, aldus de Staatssecretaris.
In het voorgaande ligt besloten dat de door belanghebbende voor het bijwonen van de behandeling in beroep verlangde verletkosten als onweersproken kunnen worden toegewezen.
3 Proceskosten
De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie en de Inspecteur in de verletkosten van het geding voor de Rechtbank.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof, maar uitsluitend voor zover daarin aan belanghebbende geen vergoeding van verletkosten is toegekend,
- draagt de Staatssecretaris van Financiën op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 128,
- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 2.100 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand,
- veroordeelt de Inspecteur in de verletkosten van het beroep aan de zijde van belanghebbende tot een bedrag van € 164.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2020.