Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. (zie ook 18/2168)

Hoge Raad, 30 april 2020

Zaakgegevens

Op 30 april 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 april 2020
Datum publicatie
30 april 2020
Zaaknummer
18/03772
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:822
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. (zie ook 18/2168)

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 28 oktober 2016

    ECLI:NL:RBGEL:2016:5707
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 juli 2018

    ECLI:NL:GHARL:2018:6618

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 30 april 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:822

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 18/03772

Datum 1 mei 2020

ARREST

in de zaak van

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

tegen

[X] V.O.F. te [Z] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 juli 2018, nr. 16/01468, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 15/5669) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen.

1 Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

2 Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 18/02168, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2020.

Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 508.