Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. (zie ook 18/02168)

Zaakgegevens

Op 1 mei 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 mei 2020
Datum publicatie
30 april 2020
Zaaknummer
19/03727
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:823
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. (zie ook 18/02168)

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 4 december 2017

    ECLI:NL:RBGEL:2017:6271
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 juli 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:5408

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 1 mei 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:823

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 19/03727

Datum 1 mei 2020

ARREST

in de zaak van

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

tegen

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 juli 2019, nr. 17/01416, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 17/3125) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen.

1 Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 18/02168, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3 Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 18/03728 met deze zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en

- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op de helft van € 1.050, derhalve € 525, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2020.

Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 508.