Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 20/01460.

Hoge Raad, 9 juli 2021

Zaakgegevens

Op 9 juli 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 juli 2021
Datum publicatie
6 juli 2021
Zaaknummer
20/01461
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1084
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 20/01460.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 19 maart 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:994
  2. Gerechtshof Amsterdam · 19 maart 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:996
  3. Conclusie A-G · 28 januari 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:80
  4. Hoge Raad · 9 juli 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1084

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

  5. Hoge Raad · 9 juli 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1086

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/01461

Datum 9 juli 2021

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 19 maart 2020, nrs. 18/00214 tot en met 18/00216, op het hoger beroep van de Inspecteur en het incidenteel hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 15/5050 tot en met HAA 15/5052) betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2010 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de voor het jaar 2011 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen alsmede de daarbij gegeven boetebeschikkingen, en de voor het jaar 2011 opgelegde aanslag in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.H.W.N Lammers, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft de zaak mondeling doen toelichten door Lammers voornoemd, advocaat te Amsterdam.

De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 28 januari 2021 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/01460, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2021.

ECLI:NL:PHR:2021:80.