Belastingrecht
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
ECLI:NL:HR:2021:1292 · Hoge Raad · 17 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2021-1292
Zaakgegevens
Op 17 september 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 september 2021
- Datum publicatie
- 17 september 2021
- Zaaknummer
- 20/02619
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1292
Samenvatting
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Procesgang
Uitspraak · 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:7898Gerechtshof Den Haag · 15 juli 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:1318Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Hoge Raad · 17 september 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1292
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 20/02619
Datum 17 september 2021
ARREST
in de zaak van
N.V. [X] te [Z] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door H.E.A. Driessen
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 15 juli 2020, nr. BK-19/00595, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 19/2256).
1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het via het webportaal van de Hoge Raad ontvangen beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
De griffier van de Hoge Raad heeft op 20 januari 2021 in het digitaal dossier van belanghebbende een bericht van diezelfde datum geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld dat verzuim binnen zes weken na de dagtekening van dat bericht te herstellen. Die termijn eindigde op 3 maart 2021. Na een daartoe strekkend verzoek van belanghebbende is uitstel verleend voor het indienen van de gronden van het beroep tot en met 13 april 2021. Binnen die termijn zijn geen gronden van het beroep ingediend.
Op 14 april 2021 heeft de Hoge Raad via het webportaal een brief van belanghebbende ontvangen. Aangezien die brief na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, laat de Hoge Raad dit stuk buiten beschouwing.
Gelet op het vorenstaande zal de Hoge Raad het beroep in cassatie met toepassing van artikel 6:6 Awb niet-ontvankelijk verklaren.
2 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2021.