Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van artikel 80a RO.

Zaakgegevens

Op 24 september 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 september 2021
Datum publicatie
24 september 2021
Zaaknummer
21/00777
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1365
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van artikel 80a RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31 december 2020

    ECLI:NL:GHSHE:2020:3852
  2. Hoge Raad · 24 september 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1365

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 21/00777

Datum 24 september 2021

ARREST

in de zaak van

van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende),

vertegenwoordigd door J.R.R. Oevering

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,

vertegenwoordigd door [P]

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 december 2020, nr. 20/00143, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 18/5510).

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.

De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie nietontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2021.