Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van artikel 80a RO.

Hoge Raad, 1 oktober 2021

Zaakgegevens

Op 1 oktober 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 oktober 2021
Datum publicatie
1 oktober 2021
Zaaknummer
21/00810
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1439
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 21/00810

Datum 1 oktober 2021

ARREST

in de zaak van

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende),

vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven

tegen

1. de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN, vertegenwoordigd door [P],

2. de STAAT (de Minister van Justitie en Veiligheid), vertegenwoordigd door L.A. Bettonvil

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 13 januari 2021, nrs. SGR 19/3956 V, SGR 19/3960 V en SGR 19/3962 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 4 mei 2020.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.

De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie nietontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2021.