Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van artikel 80a RO.

Hoge Raad, 5 februari 2021

Zaakgegevens

Op 5 februari 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 februari 2021
Datum publicatie
3 februari 2021
Zaaknummer
20/01419
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:176
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van artikel 80a RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 11 juli 2019

    ECLI:NL:RBZWB:2019:3100
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 2 april 2020

    ECLI:NL:GHSHE:2020:1124

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 5 februari 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:176

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/01419

Datum 5 februari 2021

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 april 2020, nr. 19/00515, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, (nr. BRE 18/2032) betreffende een aan belanghebbende over de tijdvakken in de periode 16 mei 2014 tot en met 30 april 2017 opgelegde naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.

De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet–ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2021.