Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie 20/03886.

Zaakgegevens

Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 december 2021
Datum publicatie
23 december 2021
Zaaknummer
20/03888
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1961
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie 20/03886.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Holland · 5 maart 2019

    ECLI:NL:RBNHO:2019:1456
  2. Gerechtshof Amsterdam · 20 oktober 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:2747

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Gerechtshof Amsterdam · 20 oktober 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:2748
  4. Conclusie A-G · 26 oktober 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1003
  5. Hoge Raad · 24 december 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1846
  6. Hoge Raad · 24 december 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1961

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/03888

Datum 24 december 2021

ARREST

in de zaak van

het DAGELIJKS BESTUUR VAN COCENSUS te HOOFDDORP

tegen

de BEVERWIJKSE BAZAAR BV te BEVERWIJK (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 oktober 2020, nr. 19/00534, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 18/2468) betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslag in de vermakelijkhedenretributie van de gemeente Beverwijk.

1 Geding in cassatie

Het Dagelijks Bestuur van Cocensus, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende, vertegenwoordigd door J. van Dijk, heeft een verweerschrift ingediend.

Het Dagelijks Bestuur van Cocensus heeft een conclusie van repliek ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.

De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 26 oktober 2021 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Het Dagelijks Bestuur van Cocensus heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de klacht

De klacht faalt op de gronden die zijn vermeld in het heden uitgesproken arrest met nummer 20/03886 (ECLI:NL:HR:2021:1846) waarvan een kopie aan dit arrest is gehecht.

3 Proceskosten

Het Dagelijks Bestuur van Cocensus zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 20/03886 met deze zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en

- veroordeelt het Dagelijks Bestuur van Cocensus in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op de helft van € 4.488, derhalve € 2.244, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, M.T. Boerlage en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2021.

Van het Dagelijks Bestuur van Cocensus wordt een griffierecht geheven van € 532.

ECLI:NL:GHAMS:2020:2747. ECLI:NL:PHR:2021:1003.