Belastingrecht

Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter b, Wet OB; post a.6 van Tabel I behorend bij Wet OB; art. 98…

Zaakgegevens

Op 8 september 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 september 2023
Datum publicatie
7 september 2023
Zaaknummer
20/04306
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1160
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter b, Wet OB; post a.6 van Tabel I behorend bij Wet OB; art. 98 BTW-richtlijn 2006 en punt 3 van de daarbij behorende Bijlage III; verschil in omzetbelastingtarief tussen geneesmiddelen en medische hulpmiddelen; wettelijk onderscheid naar al dan niet verkregen op grond van de Geneesmiddelenwet verkregen handelsvergunning; beginsel van fiscale neutraliteit.

ECLI:NL:HR:2023:1124

Zie aanvullend arrest ECLI:NL:HR:2023:1369

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 19 november 2020

    ECLI:NL:GHDHA:2020:2785
  2. Conclusie A-G · 30 juni 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:645
  3. Hoge Raad · 8 september 2023

    ECLI:NL:HR:2023:1124
  4. Hoge Raad · 8 september 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1160

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/04306

Datum 8 september 2023

ARREST

in de zaak van

de fiscale eenheid [X2] C.S. te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 19 november 2020, nrs. BK-20/00513 tot en met BK-20/00515, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 19/3438 tot en met SGR 19/3440) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting over het tijdvak 1 maart 2018 tot en met 31 maart 2018 en ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen op verzoeken om teruggaaf van omzetbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door W.J.G.M. Hundscheid, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.

De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft op 30 juni 2022 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/04304, ECLI:NL:HR:2023:1124.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, M.W.C. Feteris, M.A. Fierstra en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2023.

ECLI:NL:PHR:2022:645.