Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Zaakgegevens

Op 15 september 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 september 2023
Datum publicatie
15 september 2023
Zaaknummer
23/00967
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1249
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Nederland · 29 juli 2021

    ECLI:NL:RBNNE:2021:3240
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 7 februari 2023

    ECLI:NL:GHARL:2023:1111

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 15 september 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1249

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 23/00967

Datum 15 september 2023

ARREST

op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door S.M. Bothof, tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2023, nr. BK-ARN 21/01385.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 27 april 2023 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgehaald op de afhaallocatie. Het griffierecht is niet voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 28 juni 2023 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgehaald op de afhaallocatie. Belanghebbende heeft van de hiervoor bedoelde gelegenheid geen gebruik gemaakt. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2023.

ECLI:NL:GHARL:2023:1111.