Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Hoge Raad, 20 januari 2023

Zaakgegevens

Op 20 januari 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 januari 2023
Datum publicatie
19 januari 2023
Zaaknummer
22/01564
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:44
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Procesgang

  1. Centrale Raad van Beroep · 8 maart 2022

    ECLI:NL:CRVB:2022:551
  2. Hoge Raad · 20 januari 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:44

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 22/01564 Pw

Datum 20 januari 2023

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende),

vertegenwoordigd door K.M. van der Boor,

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 8 maart 2022, nrs. 20/1294 PW, 20/1295 PW en 20/2622 PW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Rotterdam (nrs. 19/3500, 19/4769 en 19/6561) betreffende besluiten van het college van de burgemeester en wethouders van de gemeente Maassluis ingevolge de Participatiewet.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.

De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2023.

ECLI:NL:CRVB:2022:551.