Belastingrecht
Formeel belastingrecht. Artikel 6:10, lid 2, Awb, ECLI:NL:HR:2003:AK8288, belastingaanslagen op naam van…
ECLI:NL:HR:2023:642 · Hoge Raad · 21 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2023-642
Zaakgegevens
Op 21 april 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 april 2023
- Datum publicatie
- 20 april 2023
- Zaaknummer
- 20/04300
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:642
Samenvatting
Formeel belastingrecht. Artikel 6:10, lid 2, Awb, ECLI:NL:HR:2003:AK8288, belastingaanslagen op naam van ontbonden rechtspersoon naar Curaçaos recht, bekendmaking, artikel 6:2, sub b, Awb, artikel 7:1, lid 1, sub f, Awb, niet-tijdig nemen besluit, artikel 4:17 Awb, dwangsom.
Procesgang
Rechtbank Gelderland · 25 oktober 2017
ECLI:NL:RBGEL:2017:5458Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 november 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:9535Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 november 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:9537Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 november 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:9539(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 november 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:9541Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 februari 2022
ECLI:NL:PHR:2022:195Hoge Raad · 21 april 2023
ECLI:NL:HR:2023:542Hoge Raad · 21 april 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:642
Hoge Raad · 21 april 2023
ECLI:NL:HR:2023:643Hoge Raad · 21 april 2023
ECLI:NL:HR:2023:645
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 20/04300
Datum 21 april 2023
ARREST
in de zaak van
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
tegen
[X4] N.V., voorheen gevestigd te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 november 2020, nrs. 17/01241 tot en met 17/01249, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 17/1457 tot en met AWB 17/1465) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 2010 tot en met 2012 opgelegde navorderingsaanslagen in de vennootschapsbelasting, voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting, over de tijdvakken 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011, 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 en 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting, aan belanghebbende over tijdstippen in de jaren 2011 en 2012 opgelegde naheffingsaanslagen in de dividendbelasting en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente respectievelijk belastingrente.
1 Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G.J.M.E. de Bont en J.M. Sitsen, heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 28 februari 2022 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
Het eerste middel faalt op de gronden vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/04297, ECLI:NL:HR:2023:543.
Het tweede middel en derde middel slagen op de gronden vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/04296, ECLI:NL:HR:2023:542.
Hetgeen hiervoor in 2.2 is overwogen, brengt mee dat de uitspraak van het Hof niet in stand kan blijven. Het vierde middel behoeft geen behandeling. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. De bij de Rechtbank ingestelde beroepen moeten niet-ontvankelijk worden verklaard.
3 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof, behalve voor zover het betreft de beslissing op het verzoek van belanghebbende om een schadevergoeding,
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, en
- verklaart de bij de Rechtbank ingestelde beroepen niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, E.F. Faase, M.T. Boerlage en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2023.