Belastingrecht

Formeel belastingrecht. Bevoegdheid belastingrechter, ontbonden rechtspersoon naar Curaçaos recht…

Zaakgegevens

Op 21 april 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 april 2023
Datum publicatie
20 april 2023
Zaaknummer
20/04302
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:644
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Formeel belastingrecht. Bevoegdheid belastingrechter, ontbonden rechtspersoon naar Curaçaos recht, informatiebeschikking, artikel 47 en 52a AWR, bekendmaking.

Zie ook 20/04297, ECLI:NL:HR:2023:543.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 25 oktober 2017

    ECLI:NL:RBGEL:2017:5460
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 november 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:9536
  3. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 november 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:9538
  4. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 november 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:9540

    Bekrachtiging/bevestiging

  5. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 november 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:9542
  6. Conclusie A-G · 28 februari 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:193
  7. Hoge Raad · 21 april 2023

    ECLI:NL:HR:2023:543
  8. Hoge Raad · 21 april 2023

    ECLI:NL:HR:2023:640
  9. Hoge Raad · 21 april 2023

    ECLI:NL:HR:2023:641
  10. Hoge Raad · 21 april 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:644

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/04302

Datum 21 april 2023

ARREST

in de zaak van

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

tegen

[X4] N.V., voorheen gevestigd te [Z] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 november 2020, nrs. 17/01250 tot en met 17/01259, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 17/4029 tot en met AWB 17/4038) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikkingen.

1 Geding in cassatie

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende, vertegenwoordigd door G.J.M.E. de Bont en J.M. Sitsen, heeft een verweerschrift ingediend.

De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.

De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 28 februari 2022 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/04297, ECLI:NL:HR:2023:543.

3 Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 20/04297, 20/04298, 20/04299 en 20/04302 met elkaar samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en

- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op een vierde van € 6.278, derhalve € 1.569,50, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, E.F. Faase, M.T. Boerlage en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2023.

Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 532.

ECLI:NL:GHARL:2020:9540. ECLI:NL:PHR:2022:193.