Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Zaakgegevens

Op 27 september 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 september 2024
Datum publicatie
26 september 2024
Zaaknummer
24/01410
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1310
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 23 mei 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:10820
  2. Gerechtshof Den Haag · 28 februari 2024

    ECLI:NL:GHDHA:2024:309

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 27 september 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1310

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/01410

Datum 27 september 2024

ARREST

op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 28 februari 2024, nrs. BK-23/639 tot en met BK-23/643.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 18 mei 2024 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgehaald op de afhaallocatie. Het griffierecht is niet voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 18 juni 2024 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgehaald op de afhaallocatie. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2024.

ECLI:NL:GHDHA:2024:309.