Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Zaakgegevens

Op 16 februari 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 februari 2024
Datum publicatie
15 februari 2024
Zaaknummer
23/03540
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:251
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 9 september 2021

    ECLI:NL:RBZWB:2021:4533
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 mei 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:1709

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 16 februari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:251

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 23/03540

Datum 16 februari 2024

ARREST

op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 24 mei 2023, nrs. 21/01330 en 21/01331.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 20 oktober 2023 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 1 december 2023 in de gelegenheid is gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Hetgeen belanghebbende in zijn via het webportaal van de Hoge Raad ingediende brieven van 6 en 7 december 2023 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2024.

ECLI:NL:GHSHE:2023:1709.