Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Zaakgegevens

Op 8 maart 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 maart 2024
Datum publicatie
7 maart 2024
Zaaknummer
23/01209
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:326
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Holland · 24 december 2021

    ECLI:NL:RBNHO:2021:12296
  2. Rechtbank Noord-Holland · 24 december 2021

    ECLI:NL:RBNHO:2021:12297
  3. Rechtbank Noord-Holland · 24 december 2021

    ECLI:NL:RBNHO:2021:12298
  4. Rechtbank Noord-Holland · 24 december 2021

    ECLI:NL:RBNHO:2021:12299
  5. Gerechtshof Amsterdam · 31 januari 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:410

    Niet bevoegd

  6. Hoge Raad · 8 maart 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:326

  7. Raad van State · 27 augustus 2025

    ECLI:NL:RVS:2025:4131

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 23/01209

Datum 8 maart 2024

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende),

vertegenwoordigd door A. van Velsen,

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,

vertegenwoordigd door [P],

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 31 januari 2023, nrs. 22/00097 tot en met 22/00100, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 20/530, HAA 20/531, HAA 20/647 en HAA 20/2029) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking inzake invorderingsrente.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.

De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2024.

ECLI:NL:GHAMS:2023:410.