Belastingrecht

Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet)…

Zaakgegevens

Op 6 juni 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 juni 2024
Datum publicatie
28 mei 2024
Zaaknummer
23/00654
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:771
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet)

Vermogensrendementsheffing ook onder de Herstelwet strijdig met art. 1 EP in combinatie met art. 14 EVRM. Werkelijk rendement. Rechtsherstel. Aandeel in reservefonds VVE vormt onder de wettelijke regeling in 2018 geen banktegoed.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 12 november 2020

    ECLI:NL:RBGEL:2020:7127
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 januari 2023

    ECLI:NL:GHARL:2023:138
  3. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 januari 2023

    ECLI:NL:GHARL:2023:139

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  4. Conclusie A-G · 1 september 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:655
  5. Hoge Raad · 6 juni 2024

    ECLI:NL:HR:2024:705
  6. Hoge Raad · 6 juni 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:771

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 23/00654

Datum 6 juni 2024

ARREST

in de zaak van

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

tegen

[X2] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 januari 2023, nr. BK-ARN 20/01122, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 20/2502) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2018 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1 Geding in cassatie

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 1 september 2023 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Zowel de Staatssecretaris als belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel slaagt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 23/00653, ECLI:NL:HR:2024:705, rechtsoverweging 6.3 en 6.4. De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie gegrond,

- vernietigt de uitspraak van het Hof, maar uitsluitend met betrekking tot de vermindering van de aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2018, de vermindering van het verzamelinkomen en de dienovereenkomstige vermindering van de bij die aanslag gegeven beschikking inzake belastingrente, en

- verwijst het geding naar het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, M.T. Boerlage, P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2024.

ECLI:NL:GHARL:2023:139. ECLI:NL:PHR:2023:655.