Belastingrecht

Awb; art. 8:42; is een begroting een op de zaak betrekking hebbend stuk; wijze waarop stuk in geding moet…

Zaakgegevens

Op 31 mei 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31 mei 2024
Datum publicatie
30 mei 2024
Zaaknummer
22/02936
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:774
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Awb; art. 8:42; is een begroting een op de zaak betrekking hebbend stuk; wijze waarop stuk in geding moet worden gebracht; volstaat het versturen van een link naar de internetpagina waarop het desbetreffende stuk is te vinden?; ECLI:NL:HR:2024:567.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 januari 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:490
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 januari 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:491
  3. Gerechtshof Amsterdam · 9 juni 2022

    ECLI:NL:GHAMS:2022:1896
  4. Conclusie A-G · 10 november 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1004
  5. Conclusie A-G · 10 november 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1063
  6. Conclusie A-G · 10 november 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1064
  7. Conclusie A-G · 10 november 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:934
  8. Hoge Raad · 31 mei 2024

    ECLI:NL:HR:2024:567
  9. Hoge Raad · 31 mei 2024

    ECLI:NL:HR:2024:773
  10. Hoge Raad · 31 mei 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:774

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 22/02936

Datum 31 mei 2024

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

het DAGELIJKS BESTUUR VAN HET HOOGHEEMRAADSCHAP AMSTEL, GOOI EN VECHT

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 9 juni 2022, nr. 20/00645, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 18/6895) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2018 opgelegde aanslag in de watersysteemheffing ingezetenen, de aan belanghebbende voor dat jaar opgelegde aanslag in de watersysteemheffing gebouwd en de aan belanghebbende voor dat jaar opgelegde aanslag in de zuiveringsheffing woonruimte.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.M. Vrolijk, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 10 november 2023 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

2.1

Het tweede middel faalt voor zover het berust op het uitgangspunt dat een bestuursorgaan alleen aan artikel 8:42 Awb kan voldoen door een op de zaak betrekking hebbend stuk in papieren vorm aan de bestuursrechter te doen toekomen. Dat uitgangspunt is onjuist gelet op het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 22/00849, ECLI:NL:HR:2024:567.

2.2

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, J. Wortel, M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2024.

ECLI:NL:GHAMS:2022:1896. ECLI:NL:PHR:2023:1063, met gemeenschappelijke bijlage ECLI:NL:PHR:2023:1064.