Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Hoge Raad, 12 september 2025

Zaakgegevens

Op 12 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 september 2025
Datum publicatie
12 september 2025
Zaaknummer
25/02262
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1266
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 29 april 2025

    ECLI:NL:GHAMS:2025:1421
  2. Hoge Raad · 12 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1266

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 25/02262

Datum 12 september 2025

ARREST

op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 april 2025, nr. 23/672.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1

De griffier van het Hof heeft op de uitspraak van het Hof aangetekend dat een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen is verzonden op 8 mei 2025.

Uit een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening blijkt dat dit beroepschrift niet is ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken. Het is ook niet tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb.

1.2

De griffier van de Hoge Raad heeft op 25 juni 2025 in het digitale dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld binnen vier weken mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in het digitale dossier van belanghebbende is eveneens op 25 juni 2025 een kennisgeving verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres. Op grond hiervan neemt de Hoge Raad aan dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, op 25 juni 2025.

1.3

Belanghebbende heeft van de hiervoor in 1.2 bedoelde gelegenheid geen gebruik gemaakt. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 6:6 Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.

ECLI:NL:GHAMS:2025:1421.