Belastingrecht

Pensioen woonland België; vrijstellingsformulier; vertrouwensbeginsel.

Hoge Raad, 24 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 24 oktober 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 oktober 2025
Datum publicatie
23 oktober 2025
Zaaknummer
24/00888
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1618
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Pensioen woonland België; vrijstellingsformulier; vertrouwensbeginsel.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 23 juni 2021

    ECLI:NL:RBZWB:2021:3167
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31 januari 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:269

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 22 november 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1255
  4. Hoge Raad · 24 oktober 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1618

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/00888

Datum 24 oktober 2025

ARREST

in de zaak van

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

tegen

de erfgenaam van [A] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 januari 2024, nrs. 21/01055 tot en met 21/01058, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 20/6569 tot en met 20/6572) betreffende aan belanghebbende over de jaren 2014 tot en met 2017 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.

1 Geding in cassatie

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.E.P.M. Coenen, heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal R.J. Koopman heeft op 22 november 2024 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1

De eerste klacht van het middel keert zich tegen het oordeel van het Hof dat het risico van het achterwege laten van een vraag in het vrijstellingsformulier naar de heffing over het pensioen in het woonland België voor rekening van de Inspecteur komt. De klacht faalt op de gronden die zijn vermeld in de onderdelen 9.5 en 9.6 van de conclusie van de Advocaat-Generaal.

2.2

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en

- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 2.721 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, M.T. Boerlage, A.E.H. van der Voort Maarschalk en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2025.

Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 559.

ECLI:NL:GHSHE:2024:269. ECLI:NL:PHR:2024:1255.