Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Hoge Raad, 25 april 2025

Zaakgegevens

Op 25 april 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 april 2025
Datum publicatie
25 april 2025
Zaaknummer
23/04867
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:696
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 16 november 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:2551
  2. Hoge Raad · 25 april 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:696

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 23/04867

Datum 25 april 2025

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,

vertegenwoordigd door [P],

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 16 november 2023, nrs. BK-22/01272, BK-23/00279 en BK-23/00280, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 21/8309) betreffende een verzoek om ambtshalve vermindering van de aan belanghebbende over de jaren 2012 tot en met 2014 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2025.

ECLI:NL:GHDHA:2023:2551.