Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Zaakgegevens

Op 13 juni 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 juni 2025
Datum publicatie
13 juni 2025
Zaaknummer
25/00564
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:938
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 23 januari 2023

    ECLI:NL:RBZWB:2023:348
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 8 januari 2025

    ECLI:NL:GHSHE:2025:24

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 13 juni 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:938

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 25/00564

Datum 13 juni 2025

ARREST

op het door [X] B.V. (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door J.H. Sligchers, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 januari 2025, nrs. 23/361 en 23/362.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1

Het via het webportaal van de Hoge Raad ontvangen beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep. De griffier van de Hoge Raad heeft op 25 februari 2025 in het digitale dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld dat verzuim binnen zes weken na die datum te herstellen. Die termijn eindigde op 8 april 2025.
Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in het digitale dossier van belanghebbende is eveneens op 25 februari 2025 een kennisgeving verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres. Op grond hiervan neemt de Hoge Raad aan dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, op 25 februari 2025.

1.2

Op 9 april 2025 heeft de Hoge Raad via het webportaal een brief van belanghebbende met de gronden van het beroep ontvangen. Aangezien die brief na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, laat de Hoge Raad dit stuk buiten beschouwing. Belanghebbende heeft het hiervoor bedoelde verzuim derhalve niet tijdig hersteld. Daarom zal de Hoge Raad het beroep in cassatie met toepassing van artikel 6:6 Awb niet-ontvankelijk verklaren.

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.F. Faase als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.

ECLI:NL:GHSHE:2025:24.