Belastingrecht

Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

Zaakgegevens

Op 27 juni 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 juni 2025
Datum publicatie
26 juni 2025
Zaaknummer
23/04228
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:995
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: 81.1 RO

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 29 maart 2021

    ECLI:NL:RBZWB:2021:1527
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 september 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:3019

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 17 mei 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:540
  4. Hoge Raad · 27 juni 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:995

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 23/04228

Datum 27 juni 2025

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 september 2023, nr. 21/00530, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 20/1065) betreffende een verzoek om ambtshalve vermindering van de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door V.J. de Groot, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal R.J. Koopman heeft op 17 mei 2024 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2025.

ECLI:NL:GHSHE:2023:3019. ECLI:NL:PHR:2024:540.