Belastingrecht
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
ECLI:NL:HR:2026:106 · Hoge Raad · 23 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2026-106
Zaakgegevens
Op 23 januari 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 januari 2026
- Datum publicatie
- 23 januari 2026
- Zaaknummer
- 25/03702
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:106
Samenvatting
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Procesgang
Centrale Raad van Beroep · 2 oktober 2025
ECLI:NL:CRVB:2025:1464Hoge Raad · 23 januari 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:106
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 25/03702
Datum 23 januari 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door [A],
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 oktober 2025, nr. 24/1382 WSFBSF, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel (nr. 23/2760) betreffende een besluit ingevolge de Wet studiefinanciering 2000.
1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige. Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
2 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.