Belastingrecht

Art. 40, lid 2, Wet WOZ; indexeringspercentages en onderbouwing daarvan, ECLI:NL:HR:2026:297

Hoge Raad, 3 juli 2026

Zaakgegevens

Op 3 juli 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 juli 2026
Datum publicatie
2 juli 2026
Zaaknummer
24/03111
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1141
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 40, lid 2, Wet WOZ; indexeringspercentages en onderbouwing daarvan, ECLI:NL:HR:2026:297

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 7 juli 2022

    ECLI:NL:RBMNE:2022:3011
  2. Gerechtshof Den Haag · 21 september 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:1987
  3. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 juni 2024

    ECLI:NL:GHARL:2024:4328
  4. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 juni 2024

    ECLI:NL:GHARL:2024:4330

    Bekrachtiging/bevestiging

  5. Conclusie A-G · 17 oktober 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1074
  6. Conclusie A-G · 17 oktober 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1122
  7. Conclusie A-G · 17 oktober 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1124
  8. Conclusie A-G · 17 oktober 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1127
  9. Hoge Raad · 19 december 2025

    ECLI:NL:HR:2025:1823
  10. Hoge Raad · 3 juli 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1141

  11. Hoge Raad · 3 juli 2026

    ECLI:NL:HR:2026:1152
  12. Hoge Raad · 3 juli 2026

    ECLI:NL:HR:2026:949

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/03111

Datum 3 juli 2026

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

het BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING GEMEENTEN EN HOOGHEEMRAADSCHAP UTRECHT

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 juni 2024, nr. BK-ARN 22/1854, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland (nr. UTR 21/4738) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2021.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, vertegenwoordigd door [P1] en [P2], heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 17 oktober 2025 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

2 Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nr. 24/03073, ECLI:NL:HR:2026:949, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.

ECLI:NL:GHARL:2024:4330. ECLI:NL:PHR:2025:1124, met gemeenschappelijke bijlage ECLI:NL:PHR:2025:1074.