Belastingrecht

Informatiebeschikking; art. 47 en 52a AWR; Tax Information Exchange Agreement (TIEA); verwijzing naar…

Zaakgegevens

Op 10 juli 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 juli 2026
Datum publicatie
9 juli 2026
Zaaknummer
25/00131
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1234
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Informatiebeschikking; art. 47 en 52a AWR; Tax Information Exchange Agreement (TIEA); verwijzing naar ECLI:NL:HR:2026:1016

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 12 oktober 2022

    ECLI:NL:RBZWB:2022:5756
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 december 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:4082

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 12 december 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1359
  4. Hoge Raad · 10 juli 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1234

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 25/00131

Datum 10 juli 2026

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 december 2024, nrs. 22/2292 tot en met 22/2297, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 18/6597 tot en met BRE 18/6602 en BRE 18/6604) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikkingen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal R.J. Koopman heeft op 12 december 2025 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 25/00129, ECLI:NL:HR:2026:1016.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.

ECLI:NL:GHSHE:2024:4082. ECLI:NL:PHR:2025:1359.