Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Zaakgegevens

Op 17 juli 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 juli 2026
Datum publicatie
17 juli 2026
Zaaknummer
26/01235
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1306
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 26/01235

Datum 17 juli 2026

ARREST

op het door [X] B.V. (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door J.W. Lubbers, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 26 februari 2026, nr. HAA 25/3855 V.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtbank als deze, die is gedaan in een geschil betreffende de Tijdelijke noodmaatregelen overbrugging voor behoud van werkgelegenheid. Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026.

Het door belanghebbende betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.