Belastingrecht
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad, 7 augustus 2026
ECLI:NL:HR:2026:1343 · Hoge Raad · 7 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2026-1343
Zaakgegevens
Op 7 augustus 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 augustus 2026
- Datum publicatie
- 7 augustus 2026
- Zaaknummer
- 26/00420
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1343
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 19 november 2025
ECLI:NL:GHDHA:2025:3016Hoge Raad · 7 augustus 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1343
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 26/00420
Datum 7 augustus 2026
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 19 november 2025, nr. BK-24/852.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende heeft een verzoek om wraking ingediend, dat niet is toegewezen.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Op 19 november 2025 heeft de griffier van het Hof de uitspraak van het Hof in het digitale dossier van het Hof geplaatst en belanghebbende daarvan een elektronisch notificatiebericht gestuurd.
Het beroepschrift in cassatie is op 16 januari 2026 in het digitale portaal van de Hoge Raad geplaatst.
Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 31 december 2025.
De griffier van de Hoge Raad heeft op 11 februari 2026 in het digitaal dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld binnen vier weken mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Wat belanghebbende in zijn portaalberichten van 11 februari 2026 en 19 februari 2026 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
3 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026.