Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Hoge Raad, 11 september 2026

Zaakgegevens

Op 11 september 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 september 2026
Datum publicatie
11 september 2026
Zaaknummer
25/04298
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1462
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 25/04298

Datum 11 september 2026

ARREST

op het door [A] ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 17 oktober 2025, nr. HAA 23/5675 V.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief van 1 januari 2026 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief van 30 januari 2026 in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de dagtekening van deze brief mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald.

In reactie op deze brief heeft de indiener van het beroepschrift niet méér gesteld dan dat zij heeft verzocht om verlaging van het verschuldigde griffierecht, en dat zij geen beslissing op dat verzoek heeft ontvangen. Zij heeft met betrekking tot het gestelde verzoek geen bewijs overgelegd waaruit blijkt dat en wanneer dat verzoek is gedaan. De Hoge Raad is ook niet gebleken dat belanghebbende om verlaging van het griffierecht heeft verzocht. Dat brengt mee dat hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd, geen grond kan vormen voor het oordeel dat de indiener van het beroepschrift niet in verzuim is geweest.

Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026.