Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Hoge Raad, 18 september 2026

Zaakgegevens

Op 18 september 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 september 2026
Datum publicatie
17 september 2026
Zaaknummer
26/01463
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1502
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 9 mei 2024

    ECLI:NL:RBZWB:2024:3123
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 maart 2026

    ECLI:NL:GHSHE:2026:597

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 18 september 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1502

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 26/01463

Datum 18 september 2026

ARREST

in de zaak van

DE ERVEN VAN [A] (hierna: belanghebbenden),

vertegenwoordigd door R.A.A. van de Mortel,

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,

vertegenwoordigd door [P],

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 maart 2026, nrs. 24/939 en 24/940, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 22/1874 en 22/1877) betreffende een ten aanzien van [A] (hierna: erflater) voor het jaar 2014 gegeven beschikking als bedoeld in artikel 9.6, lid 3, Wet IB 2001 (tekst 2014) betreffende de aan erflater voor dat jaar opgelegde aanslag in de inkomstenbelastingbelasting/premie volksverzekeringen, de voor dat jaar opgelegde aanslag in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, de bij eerstgenoemde aanslag gegeven boetebeschikking en de bij elk van de aanslagen gegeven beschikking inzake belastingrente.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026.

ECLI:NL:GHSHE:2026:597.